Naar de inhoud
Knitting Mastery
Technieken

Een breipatroon lezen: afkortingen en tekens uitgelegd

Door het team van Knitting Mastery9 min. leestijd

Opgevouwen breisels in crème, camel en mosterdgeel, op elkaar gestapeld

In het kort

Een breipatroon noemt eerst de materialen, de stekenverhouding en de maten, en geeft instructies in afkortingen: r (recht) en av (averecht), of in Engelse patronen k (knit), p (purl) en k2tog (knit two together). Getallen tussen haakjes na het eerste getal horen bij de grotere maten, en sterretjes en haakjes geven herhalingen aan. Lees het hele patroon eerst door, markeer je maat en houd een toerenteller bij de hand.

Een breipatroon kan er op het eerste gezicht uitzien als geheimtaal: "3 r, *2 av, 2 r, herhaal vanaf * tot de laatste st, 1 r." Of, in een Engels patroon: "K3, *p2, k2; rep from * to last st, k1." In werkelijkheid gebruikt een patroon een kleine, vaste woordenschat. Weet je eenmaal hoe een patroon is opgebouwd en wat de gebruikelijke afkortingen betekenen, dan kun je het regel voor regel volgen. Deze gids behandelt de afkortingen in Nederlandstalige patronen én de Engelse afkortingen, want veel patronen verschijnen in het Engels. Het verschil tussen Amerikaanse en Britse termen vind je verderop.

De onderdelen van een breipatroon

De meeste patronen volgen dezelfde volgorde.

  1. Titel en moeilijkheidsgraad, vaak 'beginner', 'makkelijk', 'gemiddeld' of 'gevorderd'.
  2. Maten en afmetingen: de werkelijke afmetingen van het afgewerkte stuk in elke maat.
  3. Materialen: het garen (de dikte, de vezel en hoeveel meter je nodig hebt), de naalddiktes en soorten naalden, en de fournituren, dus kleine hulpmiddelen zoals steekmarkeerders of een wolnaald.
  4. Stekenverhouding: het aantal steken en rijen op 10 cm in een bepaalde steek. Haal je die, dan krijgt je werkstuk de juiste maat; onze gids over breinaaldmaten laat zien hoe je dat controleert.
  5. Afkortingen en bijzondere steken: de legenda van de ontwerper. Wijkt die ooit af van dit artikel, volg dan het patroon.
  6. Werkwijze, naald voor naald of toer voor toer, vaak verdeeld in onderdelen zoals 'Rugpand', 'Voorpand' en 'Mouwen'.
  7. Afwerking: de delen in elkaar zetten, draadjes afhechten (de losse draadeinden in de achterkant van het breisel wegwerken) en blocken (het stuk nat maken of stomen en het in vorm laten drogen).

Zo staan maten in een patroon: de haakjes

Is een patroon in meerdere maten beschreven, dan staat de kleinste maat eerst en volgen de andere tussen haakjes, altijd in dezelfde volgorde. Een patroon voor de maten S (M, L, XL) kan bijvoorbeeld zeggen: "Zet 80 (88, 96, 104) st op." Brei je maat M, dan zet je er 88 op.

Staat er maar één getal, dan geldt dat voor alle maten. Een 0 of een streepje betekent dat die stap voor jouw maat niet van toepassing is.

Afkortingen in Nederlandstalige patronen

Nederlandstalige patronen gebruiken hun eigen afkortingen. Die verschillen een beetje per ontwerper en uitgever, dus kijk altijd in de legenda van je patroon. Dit zijn de afkortingen die je het vaakst tegenkomt:

Afkorting Betekenis
r recht: een rechte steek
av averecht: een averechte steek
st steek / steken
nld naald: in patronen het woord voor één rij
omsl omslag: de draad om de rechternaald slaan, voor een nieuwe steek en een sierlijk gaatje
afh afhalen: een steek zonder te breien van de linker- naar de rechternaald overzetten
samenbr samenbreien: twee of meer steken als één steek breien
herh herhalen

Let op dat 'naald' in een patroon meestal een rij betekent: '1e nld (goede kant)' is de eerste rij, gebreid aan de goede kant. Bij rondbreien spreken patronen van een toer. Woorden als meerderen (steken toevoegen) en minderen (steken weghalen) worden vaak voluit geschreven.

Engelse breiafkortingen

Veel patronen verschijnen in het Engels. Deze afkortingen, in Amerikaanse termen, kom je daarin het vaakst tegen:

Afkorting Betekenis
k knit: recht breien
p purl: averecht breien
st / sts stitch / stitches: steek / steken
RS right side: de goede kant, die aan de buitenkant van het afgewerkte stuk zit
WS wrong side: de verkeerde kant, de binnen- of achterkant van het stuk
rep repeat: herhalen
k2tog knit two together: twee steken recht samenbreien; mindert één steek en helt naar rechts
ssk slip, slip, knit: twee steken een voor een recht afhalen en ze daarna samen door de achterste lussen recht breien; mindert één steek en helt naar links
yo yarn over: omslag; de draad om de rechternaald slaan voor een nieuwe steek en een sierlijk gaatje
kfb knit front and back: recht breien in de voorste en daarna in de achterste lus van dezelfde steek; meerdert één steek
m1 make one: een nieuwe steek maken uit de dwarsdraad tussen twee steken
m1L make one left: de dwarsdraad met de linkernaald van voor naar achter opnemen en hem door de achterste lus recht breien; helt naar links
m1R make one right: de dwarsdraad met de linkernaald van achter naar voor opnemen en hem door de voorste lus recht breien; helt naar rechts
sl slip: een steek zonder te breien van de linker- naar de rechternaald overzetten (afhalen)
pm place marker: een steekmarkeerder plaatsen
sm slip marker: de steekmarkeerder van de linker- naar de rechternaald overzetten
BO bind off: afkanten
CO cast on: opzetten
tbl through the back loop: de steek door de achterste lus breien, waardoor hij gedraaid wordt
wyif with yarn in front: met de draad vóór het werk, aan de kant die naar je toe wijst
wyib with yarn in back: met de draad achter het werk, aan de kant die van je af wijst
beg beginning: begin
inc increase: meerderen; een of meer steken toevoegen
dec decrease: minderen; een of meer steken weghalen
rnd round: toer; één volledige ronde bij het rondbreien

Een paar afspraken helpen je de tabel te lezen:

  • Een getal na een afkorting geeft aan om hoeveel steken het gaat: "k3" betekent drie steken recht. In Nederlandstalige patronen staat het getal meestal vooraan: "3 r".
  • Afkortingen krijgen aan het begin van een instructie vaak een hoofdletter: "K2" is hetzelfde als "k2".
  • "Knitwise" en "purlwise" vertellen je hoe je de naald insteekt: zoals voor een rechte of zoals voor een averechte steek. Bij het afhalen zie je in Nederlandstalige patronen 'recht afhalen' en 'averecht afhalen'. Tenzij het patroon iets anders zegt, haal je steken averecht af; bij minderingen zoals ssk staat erbij dat je recht afhaalt.
  • Een gewone m1 wordt meestal als m1L gebreid, maar sommige ontwerpers bedoelen een andere methode. Kijk in de legenda van het patroon.

Herhalingen lezen: sterretjes en haakjes

Een sterretje geeft het begin van een herhaling aan. "Rep from *" in een Engels patroon, of "herhaal vanaf *" in een Nederlands patroon, betekent dat je teruggaat naar het sterretje en dezelfde steken opnieuw breit, zo vaak als de instructie aangeeft. Nederlandstalige patronen zetten het stuk dat je herhaalt ook vaak tussen twee sterretjes: "herhaal van * tot *".

Neem "K3, *p2, k2; rep from * to last st, k1.", in een Nederlands patroon bijvoorbeeld "3 r, *2 av, 2 r, herhaal vanaf * tot de laatste st, 1 r." Je leest het zo:

  1. Brei 3 steken recht.
  2. Brei 2 steken averecht.
  3. Brei 2 steken recht.
  4. Herhaal stap 2 en 3 tot er nog maar één steek op de linkernaald staat.
  5. Brei die laatste steek recht.

Een dubbel sterretje (**) geeft een tweede herhaalpunt aan; de instructies leggen uit hoe je dat gebruikt.

Ronde of vierkante haakjes groeperen steken. "(K2tog, yo) 3 times", in een Nederlands patroon bijvoorbeeld "(2 r samenbreien, 1 omsl) 3 keer", betekent: k2tog, yo, k2tog, yo, k2tog, yo. "(K1, p1, k1) in next st" betekent dat je alle drie de steken in dezelfde steek breit.

Je ziet ook aantallen steken tussen haakjes aan het eind van een rij, zoals "(48 st)". Dat is het aantal steken dat je moet hebben als de rij klaar is. Tel ze, vooral na meerderingen of minderingen.

Vaste uitdrukkingen in breipatronen

  • Zonder meerderen of minderen verder breien (Engels: work even): blijf het huidige steekpatroon breien, zonder steken toe te voegen of weg te halen.
  • In patroon verder breien (Engels: as established of in pattern): brei het steekpatroon dat je hebt opgezet gewoon door, met elke steek netjes boven de steken eronder. Bij boordsteek betekent dit 'de steken breien zoals ze zich voordoen': brei de steken die op een V lijken recht en de steken die op een bobbeltje lijken averecht.
  • Eindig met een naald aan de verkeerde kant (Engels: ending with a WS row): de laatste rij die je breit voordat je verdergaat, moet een rij aan de verkeerde kant zijn, zodat het volgende onderdeel aan de goede kant begint.
  • Om de 4 naalden, of elke 4e naald (Engels: every 4th row): je breit de vormgeving in één rij en daarna drie rijen zonder vormgeving, enzovoort.
  • Tegelijkertijd (Engels: at the same time): twee reeksen instructies lopen gelijk op, bijvoorbeeld een halsuitsnijding vormgeven terwijl je ook een schouder vormgeeft. Lees zulke passages twee keer en maak aantekeningen voordat je begint.

Zo lees je een breischema

Een breischema (bij kleurwerk vaak telpatroon genoemd) is een raster dat een steekpatroon laat zien als een afbeelding van de goede kant van het breisel. Schema's zie je vaak bij kantpatronen, kabels en kleurwerk.

  • Elk hokje is één steek, en elke horizontale lijn hokjes is één rij of toer.
  • Lees van onder naar boven: rij 1 is de onderste lijn.
  • Brei je heen en weer, lees dan de rijen aan de goede kant van rechts naar links en de rijen aan de verkeerde kant van links naar rechts. Het rijnummer staat meestal aan de kant waar die rij begint.
  • Brei je rond, dan wijst de goede kant altijd naar je toe, dus lees je elke toer van rechts naar links.
  • De legenda verklaart elk symbool. Sommige symbolen veranderen van betekenis in rijen aan de verkeerde kant: een leeg hokje betekent vaak 'recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant', en zo ziet tricotsteek eruit in een schema.
  • Een dikke of gekleurde omlijning geeft de herhaling aan: het groepje steken dat je over de rij steeds opnieuw breit.
  • Gearceerde of grijze hokjes betekenen vaak 'geen steek': sla ze over. Ze houden het raster op één lijn wanneer het aantal steken verandert.

Amerikaanse en Britse breitermen

De meeste afkortingen, ook k2tog en ssk, zijn in beide landen hetzelfde. Een paar woorden verschillen:

Amerikaans (US) Brits (UK) Nederlands
bind off cast off afkanten
gauge tension stekenverhouding
stockinette stitch stocking stitch tricotsteek
seed stitch moss stitch gerstekorrel
work even work straight zonder meerderen of minderen verder breien
yarn over (yo) yarn forward (yfwd), yarn round needle (yrn) of yarn over needle (yon), afhankelijk van de steken ervoor en erna omslag

Pas op met moss stitch: in een Amerikaans patroon betekent dat een andere steek, een hogere variant van seed stitch die om de twee rijen verspringt in plaats van elke rij. In het Nederlands heet die variant vaak dubbele gerstekorrel. Britse patronen geven naaldmaten ook in millimeters, of in oude Britse nummers als ze van vroeger zijn, en gebruiken namen zoals DK en aran voor garendiktes.

Tips om een patroon te volgen

  • Lees het hele patroon één keer door voordat je opzet, inclusief de afwerking.
  • Markeer je maat overal in het patroon.
  • Gebruik een toerenteller, een klein klikkertje of turfstreepjes op papier, en vink elke rij af zodra je hem klaar hebt.
  • Plaats steekmarkeerders tussen de herhalingen, zodat een telfout binnen een paar steken opvalt.
  • Kijk of de ontwerper correcties heeft gepubliceerd, vaak errata genoemd.

Wat je hierna leert

Je oefent het best met een eenvoudig patroon. Kies een van onze makkelijke eerste projecten, en voelt een steek nog onwennig, kijk dan nog eens naar de rechte steek of de averechte steek. Onze boeken en cursussen in de bibliotheek nemen je stap voor stap mee door complete patronen.

Veelgestelde vragen

Wat betekenen r en av in een breipatroon?

In Nederlandstalige patronen staat r voor recht (een rechte steek) en av voor averecht (een averechte steek). '2 r, 2 av' betekent dus: brei 2 steken recht en daarna 2 steken averecht.

Wat betekent k2tog in een breipatroon?

K2tog (knit two together) betekent twee steken recht samenbreien: steek de rechternaald in de volgende twee steken tegelijk, zoals voor een rechte steek, en brei ze als één steek. Je mindert er één steek mee, en de mindering helt naar rechts.

Wat is het verschil tussen k2tog en ssk?

Met allebei minder je één steek. K2tog helt naar rechts en ssk (slip, slip, knit) helt naar links; daarom combineren patronen ze vaak voor een symmetrische vormgeving.

Wat betekenen de getallen tussen haakjes in een breipatroon?

In een reeks getallen horen de getallen tussen haakjes bij de grotere maten, op volgorde. Aan het eind van een rij geeft een getal tussen haakjes het aantal steken dat je moet hebben. Rond een groepje steken geven haakjes een herhaling aan.

Hoe lees je een breischema?

Lees een breischema van onder naar boven. Brei je heen en weer, lees de rijen aan de goede kant dan van rechts naar links en de rijen aan de verkeerde kant van links naar rechts; brei je rond, lees dan elke toer van rechts naar links.

Verder leren