Naar de inhoud
Knitting Mastery
Garen en materialen

Breinaaldmaten: omrekentabel voor mm, US en oude Britse maten

Door het team van Knitting Mastery7 min. leestijd

Een crèmekleurige trui in wording op rondbreinaalden, met garen en een schaartje op wit linnen

In het kort

De maat van een breinaald is zijn diameter, en millimeters zijn de enige maat die overal hetzelfde betekent. Amerikaanse maten worden dikker naarmate het getal stijgt, terwijl oude Britse maten omgekeerd lopen: hoe hoger het getal, hoe dunner de naald. Gebruik de tabel hieronder om tussen de drie systemen om te rekenen, en controleer altijd de millimetermaat als je een oud patroon volgt.

De maat van een breinaald is zijn diameter: de dikte van de schacht, het rechte deel onder de taps toelopende punt. Dezelfde naald kan drie verschillende aanduidingen hebben, afhankelijk van waar en wanneer hij is gemaakt; daarom zorgen naaldmaten voor zoveel verwarring. Bij ons zijn millimeters de norm; Amerikaanse en oude Britse maten kom je vooral tegen in Engelstalige en oudere patronen. De tabel hieronder zet ze naast elkaar.

Omrekentabel voor breinaaldmaten

Metrisch (mm) US Oud-Brits
2 0 14
2,25 1 13
2,5 1½ (niet officieel) —
2,75 2 12
3 2½ (niet officieel) 11
3,25 3 10
3,5 4 —
3,75 5 9
4 6 8
4,5 7 7
5 8 6
5,5 9 5
6 10 4
6,5 10½ 3
7 — 2
7,5 — 1
8 11 0
9 13 00
10 15 000
12 17 —
15 19 —
19 35 —
25 50 —

Een streepje (—) betekent dat er in dat systeem geen directe tegenhanger is. De Amerikaanse maten 1½ en 2½ horen niet bij de officiële Amerikaanse maatvoering; sommige fabrikanten gebruiken ze voor 2,5 mm en 3 mm, andere niet.

Waarom je op millimeters kunt vertrouwen

Een metrische maat is een directe meting: een naald van 4 mm is 4 millimeter dik. Amerikaanse en oude Britse maten zijn namen die aan die diameters zijn gekoppeld, en zoals de gaten in de tabel laten zien, lopen ze niet netjes gelijk. Daarom vermelden moderne naalden en patronen meestal de metrische maat, vaak naast de Amerikaanse, en daarom is dat het getal dat je als eerste controleert.

Koop je naalden voor een patroon, ga dan uit van de millimeters. Geeft het patroon alleen een Amerikaanse maat, zoek dan in de tabel de metrische tegenhanger op.

Oude Britse maten lopen omgekeerd

Voordat in Groot-Brittannië metrische maten werden ingevoerd, werden naalden daar genummerd volgens een oud systeem voor draaddiktes, waarin een hoger getal een dunnere draad betekent. Een oude Britse 14 is dus een slanke naald van 2 mm, en een oude Britse 000 een dikke naald van 10 mm. Amerikaanse maten werken andersom: hoe hoger het getal, hoe dikker de naald.

Zo lees je naaldmaten in een oud patroon

Oudere Britse patronen, en patronen uit landen die de Britse maten gebruikten, geven naaldmaten vaak als kale getallen, zoals 'No. 10 needles'. Het gevaar is dat je ze als Amerikaanse maten leest:

  • Een oude Britse 8 is 4 mm, maar een US 8 is 5 mm.
  • Een oude Britse 10 is 3,25 mm, maar een US 10 is 6 mm.

Zo werk je met een oud patroon:

  1. Zoek uit waar het patroon is uitgegeven, en ongeveer wanneer.
  2. Gebruikt het Britse maten, zoek dan elk getal op in de kolom 'Oud-Brits'.
  3. Schrijf de millimetermaat ernaast op je kopie.
  4. Brei een proeflapje voor de stekenverhouding voordat je begint, want je garen is waarschijnlijk niet het garen waarvoor het patroon is geschreven.

Soorten breinaalden

Rechte breinaalden

Rechte breinaalden hebben aan het ene eind een punt en aan het andere eind een knop, zodat de steken er niet af glijden. Je gebruikt ze om plat te breien, heen en weer in rijen. Ze worden vaak verkocht in lengtes van ongeveer 25 en 35 cm. Kortere naalden zijn lichter en makkelijker te hanteren; langere bieden ruimte voor bredere werkstukken.

Rondbreinaalden

Een rondbreinaald bestaat uit twee korte naaldpunten die met een soepele kabel zijn verbonden. Je gebruikt hem om rond te breien, waarmee je naadloze buizen maakt, zoals mutsen en het lijf van een trui. Je kunt er ook plat mee breien: je keert het werk gewoon aan het eind van elke rij, en het gewicht van het werkstuk rust op je schoot in plaats van op je polsen.

De lengte wordt gemeten van punt tot punt, de kabel meegerekend. Voor rondbreien kies je een naald die iets korter is dan de omtrek van je werkstuk, zodat de steken helemaal rond reiken zonder uit te rekken: 40 cm is de gebruikelijke lengte voor mutsen, en 60 cm of langer past bij het lijf van een trui. Met een lange rondbreinaald, van 80 cm of meer, kun je ook kleine buizen breien met de magic-loopmethode, waarbij je de overtollige kabel tussen de steken als een lus naar buiten trekt.

Met verwisselbare sets kun je verschillende naaldpunten op kabels van verschillende lengtes schroeven.

Naaldenspel (sokkennaalden)

Een naaldenspel bestaat uit naalden met aan beide uiteinden een punt; ze worden verkocht in sets van vier of vijf. In het Engels heten ze double-pointed needles, vaak afgekort tot DPN's. Je breit er kleine buizen mee, zoals sokken, wanten en de bovenkant van een muts. De steken worden over drie of vier naalden verdeeld, en je breit met de overgebleven naald. Gebruikelijke lengtes zijn ongeveer 15 en 20 cm.

Naaldmaterialen en hoe ze aanvoelen

  • Metalen naalden zijn glad en soepel, zodat steken snel glijden. Ervaren breiers genieten vaak van die snelheid, maar beginners merken soms dat steken eraf glijden voordat ze er klaar voor zijn. Metaal kan ook koud aanvoelen en een klikkend geluid maken.
  • Naalden van hout en bamboe zijn warm en licht, met een zachte grip die de steken op hun plek houdt. Door die grip zijn ze een prettige keuze voor beginners. Heel dunne houten naalden kunnen buigen of breken als je erop gaat zitten.
  • Kunststof naalden zijn licht en hebben wat grip. Dikke maten zijn vaak van kunststof, omdat metaal of hout dan zwaar zou zijn; dunne kunststof naalden kunnen buigen.

Ook de vorm van de punt doet ertoe. Scherpe punten glijden makkelijk in strakke steken en passen bij dunne garens; rondere punten splijten dik, zacht garen minder snel.

Hoe naalddikte en garendikte samenhangen

Dik garen vraagt om dikke naalden, en dun garen om dunne. Op elke banderol staat een aanbevolen naalddikte, en dat is je vertrekpunt. Als richtlijn: garen van gemiddelde dikte, vaak worsted of aran genoemd, wordt meestal gebreid op naalden van ongeveer 4,5 tot 5,5 mm.

Naalden die veel dunner zijn dan aanbevolen, geven een dicht, stug breisel. Naalden die veel dikker zijn, geven een los, open breisel. Patronen wijken soms bewust af van wat de banderol aangeeft, bijvoorbeeld met een dikkere naald voor een luchtige omslagdoek of een dunnere voor stevige, slijtvaste sokken. Onze gids over garen legt garendiktes uitgebreider uit.

Naalddikte, stekenverhouding en waarom je een proeflapje breit

De stekenverhouding (in Amerikaanse patronen gauge, in Britse tension) is het aantal steken en rijen op 10 cm breiwerk. Een patroon vermeldt de stekenverhouding die de ontwerper heeft gehaald; de naalddikte in het patroon is gewoon wat de ontwerper gebruikte. Elke breier houdt het garen net iets anders vast, dus dezelfde naald kan in verschillende handen verschillende resultaten geven. Door de stekenverhouding te halen, krijgt je werkstuk de maat die het patroon belooft.

Zo brei en meet je een proeflapje:

  1. Zet genoeg steken op voor een vierkant van minstens 15 cm breed, met het garen en de naald uit het patroon. De stekenverhouding in het patroon vertelt je ongeveer hoeveel.
  2. Brei in de steek waarin de stekenverhouding is opgegeven, meestal tricotsteek, tot het lapje ongeveer 15 cm hoog is.
  3. Kant losjes af.
  4. Was en droog het proeflapje zoals je ook het afgewerkte stuk zult behandelen.
  5. Leg het plat neer zonder het uit te rekken.
  6. Tel het aantal steken over 10 cm in het midden van het lapje.
  7. Tel op dezelfde manier het aantal rijen over 10 cm.

Heb je meer steken dan het patroon, dan zijn je steken te klein: probeer een dikkere naald. Heb je er minder, probeer dan een dunnere naald. Verander telkens één maat en brei opnieuw een proeflapje.

Zo bepaal je de maat van een naald zonder opdruk

Een naaldmeter is een plat kaartje van metaal of kunststof met een rij gaatjes, elk met een maat erbij. Veel naaldmeters hebben ook een liniaal en een klein venstertje om steken te tellen op een proeflapje.

  1. Houd de naald vast bij de schacht, onder de taps toelopende punt. Meet bij een rondbreinaald een van de punten, nooit de kabel.
  2. Steek de naald in een gaatje dat ongeveer goed lijkt.
  3. Probeer steeds kleinere gaatjes, tot je het kleinste vindt waar de schacht zonder forceren doorheen schuift.
  4. Lees de maat af die naast dat gaatje staat.
  5. Markeer de naald, bijvoorbeeld met een klein labeltje, zodat je hem nooit meer hoeft te meten.

Wat je hierna leert

Nu je elke naaldmaat kunt lezen, kies je er een passend garen bij met onze gids over garen voor beginners, of zet je je naalden aan het werk met een van onze makkelijke eerste projecten. Voor lessen stap voor stap kun je terecht in de bibliotheek.

Veelgestelde vragen

Hoeveel mm is een US 8-breinaald?

Een US 8-naald is 5 mm. Let op bij oudere Britse patronen: een oude Britse maat 8 is een andere naald, namelijk 4 mm.

Welke breinaalden gebruik je als beginner?

Begin voor garen van gemiddelde dikte, zoals worsted of aran, met naalden van ongeveer 4,5 tot 5,5 mm. De maat die op je banderol staat, is altijd het beste vertrekpunt.

Waarom lopen oude Britse breinaaldmaten omgekeerd?

Oude Britse maten waren gebaseerd op een systeem voor draaddiktes, waarin een hoger getal een dunnere draad betekent. Daarom is een oude Britse 14 een naald van 2 mm, terwijl een oude Britse 000 10 mm dik is.

Hoe vind je de maat van een breinaald zonder opdruk?

Gebruik een naaldmeter, een plat kaartje met gaatjes in verschillende maten. Zoek het kleinste gaatje waar de naald zonder forceren doorheen schuift; de maat die ernaast staat, is je naalddikte.

Verder leren