Naar de inhoud
Knitting Mastery
Garen en materialen

Het beste garen voor beginners (en wat je beter laat liggen)

Door het team van Knitting Mastery7 min. leestijd

Bollen garen in mosterdgeel, olijfgroen, perzik en roze naast een schaar

In het kort

Het makkelijkste garen om mee te leren is glad, getwijnd en van gemiddelde dikte (Craft Yarn Council-categorie 4, vaak aangeduid als worsted of aran), van wol, een wolmengsel of acryl, in een lichte, effen kleur. Het laat elke steek duidelijk zien, rekt genoeg om een ongelijke spanning te vergeven en breit prettig op naalden van ongeveer 4,5 tot 5,5 mm.

Kies glad garen van gemiddelde dikte, van wol, een wolmengsel of acryl, in een lichte, effen kleur. Met die combinatie zie je elke steek, wordt een ongelijke spanning vergeven en zijn fouten makkelijk te zien en te herstellen. Hieronder lees je hoe je zulk garen in de winkel herkent, en hoe je de banderol leest zodat je de juiste hoeveelheid koopt.

Welke garendikte is het best voor beginners?

Engelstalige banderollen en patronen spreken van weight ('gewicht'), maar daarmee bedoelen ze de dikte van de draad, niet hoe zwaar de bol is. De Craft Yarn Council, een brancheorganisatie van de garenindustrie in de Verenigde Staten, deelt garens in acht genummerde categorieën in. Op veel banderollen staat dat cijfer in een klein symbool in de vorm van een streng.

Nummer Categorie Namen die je ook tegenkomt
0 Lace lace
1 Super Fine sock, fingering
2 Fine sport, baby
3 Light DK, light worsted
4 Medium worsted, aran
5 Bulky chunky
6 Super Bulky super bulky, super chunky
7 Jumbo jumbo

De categorienamen in de tabel zijn de officiële Engelse namen.

Veel garens worden ook onder Britse namen verkocht. De bekendste zijn DK (afkorting van double knitting), wat ongeveer overeenkomt met Light (3); aran, ongeveer Medium (4); en chunky, ongeveer Bulky (5). Zie dit als benaderingen: elke categorie omvat een reeks diktes, en twee garens met dezelfde naam kunnen iets verschillen. Worsted en aran vallen allebei onder Medium, waarbij aran meestal net iets dikker is.

Kies voor een eerste project Medium (4). Zulke garens worden meestal gebreid op naalden van ongeveer 4,5 tot 5,5 mm: dik genoeg om elke steek te zien, dun genoeg om prettig vast te houden. Bulky (5) is ook een goede keuze en groeit sneller. Bewaar de uitersten voor later. Heel dunne garens (0 tot 2) geven piepkleine steken die langzaam en priegelig breien, terwijl super bulky en jumbo heel dikke naalden nodig hebben en een stug breisel geven dat moeilijker in de hand te houden is.

Met welke vezel brei je het makkelijkst?

De vezel is het materiaal waarvan het garen is gemaakt. Die bepaalt hoe het garen aanvoelt, hoeveel het rekt en hoe vergevingsgezind het is.

Wol en wolmengsels

Wol is van nature elastisch: het rekt en veert terug. Die elasticiteit verbergt kleine verschillen in spanning, dus in hoe strak of los je de draad vasthoudt, waardoor je breisel gelijkmatiger oogt. Wol heeft ook een beetje grip op de naald, zodat steken er minder snel af glijden, en het trekt nog verder bij als je het wast en plat laat drogen.

Veel wol moet met de hand gewassen worden. Garen met de aanduiding 'superwash' is zo behandeld dat het in de wasmachine mag; de wassymbolen vertellen je hoe. Mengsels van wol met acryl of nylon (polyamide) behouden veel van de veerkracht van wol en zijn meestal makkelijker in onderhoud. Vind je dat wol kriebelt, probeer dan merino, een zachte, fijne wol, of kies acryl.

Acryl

Acryl is een synthetische vezel. Het is betaalbaar, verkrijgbaar in heel veel kleuren en meestal machinewasbaar; daardoor is het praktisch voor oefenstukken en voor dingen die vaak gewassen worden. Het is minder elastisch dan wol en reageert niet helemaal op dezelfde manier op blocken (het afgewerkte stuk nat maken of stomen om het in vorm te zetten), maar met glad acryl leer je prima breien.

Katoen

Katoen rekt nauwelijks. Elke verandering in je spanning zie je terug in het breisel, en de stevige draad kan na een tijdje hard aanvoelen aan je handen. Katoen is absorberend en sterk; daarom is het de klassieke keuze voor vaatdoekjes, maar je hebt er meer plezier van zodra je spanning wat stabieler is.

Vezels om voor later te bewaren

Zijde, linnen en garens van bamboe zijn vaak glibberig, weinig elastisch of gevoelig voor splijten: dan gaat de naaldpunt door het garen heen in plaats van eromheen. Ze geven prachtige breisels, maar zijn niet de makkelijkste plek om te beginnen.

Glad garen of gestructureerd garen?

Bekijk de draad van dichtbij. Een getwijnd garen bestaat uit twee of meer dunnere draadjes die in elkaar zijn gedraaid. Een glad, gelijkmatig getwijnd garen geeft heldere, duidelijke steken en splijt niet snel.

Laat deze garens liggen tot je je steken makkelijk kunt lezen:

  • Pluizige garens, zoals mohair, hebben een waas van fijne vezels die de steken vervaagt. De vezels haken ook in elkaar, waardoor fouten moeilijk uit te halen zijn.
  • Bouclégarens zitten vol kleine lusjes die aan de naald blijven haken en de vorm van elke steek verbergen.
  • Effectgarens, zoals eyelashgaren met lange, wimperachtige vezels of lintgaren, maken het heel moeilijk om te zien waar de ene steek eindigt en de volgende begint.
  • Heel los gesponnen garens splijten snel of vallen uit elkaar als je eraan trekt.

Waarom lichte kleuren het leren makkelijker maken

Kies een effen kleur in een lichte of gemiddelde tint: crème, lichtgrijs, lichtblauw of zachtgeel, bijvoorbeeld. Je ziet elke steek, telt makkelijk je rijen en ziet een gevallen steek meteen. Heel donkere kleuren zoals zwart of marineblauw verbergen de structuur van de steken, vooral 's avonds bij lamplicht.

Gemêleerde garens, met vezels in een net iets andere tint erdoor, zijn prima. Sterk meerkleurige garens, die om de paar steken van kleur wisselen, kunnen je steken moeilijker leesbaar maken.

Zo lees je een banderol

De banderol, het etiket om de bol, vertelt je bijna alles wat je moet weten. Let op:

  • Dikte: de naam van de categorie, het cijfersymbool, of allebei.
  • Samenstelling: waarvan het garen is gemaakt, meestal in procenten.
  • Looplengte en gewicht per bol: hoeveel meter (soms ook yards) garen er op de bol zit, en hoeveel gram (of ounces) hij weegt. Patronen vertellen je hoeveel garen je nodig hebt; vergelijk op lengte, niet op gewicht, want twee garens van dezelfde dikte kunnen heel verschillend wegen.
  • Aanbevolen naalddikte: meestal in millimeters, vaak ook als Amerikaanse maat. Onze tabel met breinaaldmaten rekent ze voor je om.
  • Stekenverhouding: het aantal steken en rijen op 10 cm, meestal in tricotsteek op de aanbevolen naalden. Vaak staat die als een klein rastertje met een getal langs elke zijde. In Amerikaanse patronen heet dit gauge, in Britse soms tension.
  • Wassymbolen: hoe je het afgewerkte stuk wast en droogt.
  • Kleurnaam of kleurnummer, en verfbad.

Wassymbolen

Dit zijn dezelfde kleine pictogrammen die je op kledinglabels vindt:

  • Een wastobbe laat zien hoe je wast. Een hand in de tobbe betekent alleen handwas; een getal of stippen geven de maximale temperatuur aan.
  • Een driehoek gaat over bleken.
  • Een vierkant gaat over drogen; een cirkel in het vierkant gaat over de droogtrommel.
  • Een strijkijzer laat zien of je het stuk mag strijken, en hoe heet.
  • Een cirkel op zichzelf gaat over chemisch reinigen.

Een kruis door een symbool betekent 'niet doen'.

Verfbaden: waarom je genoeg in één keer koopt

Garen wordt in partijen geverfd, en elke partij krijgt een verfbadnummer, dat op de banderol staat. Twee verfbaden van dezelfde kleur kunnen iets van elkaar verschillen. Aan de bol zie je dat vaak niet, maar in het afgewerkte breisel zie je duidelijk een streep waar het ene verfbad overgaat in het andere.

  1. Kijk in het patroon hoeveel garen je in totaal nodig hebt.
  2. Kies bollen die allemaal hetzelfde verfbadnummer hebben.
  3. Twijfel je over de hoeveelheid, neem dan één bol extra uit hetzelfde verfbad.
  4. Bewaar één banderol bij je project, voor het geval je nog garen moet bijkopen.

Wat je als beginner beter laat liggen

Kort samengevat laat je deze garens voorlopig in de winkel liggen:

  • heel dunne garens (categorie 0 tot 2) en heel dikke (6 en 7);
  • pluizige garens, bouclé, eyelashgaren en andere effectgarens;
  • heel donkere kleuren en sterk meerkleurige garens;
  • weinig elastische of glibberige vezels zoals katoen, linnen, zijde en bamboe, in elk geval voor je allereerste werkstuk;
  • garen zonder banderol, tenzij je de dikte en de vezel al kent;
  • bollen uit verschillende verfbaden voor hetzelfde project.

Checklist voor je eerste garen

  • Dikte Medium (4), aangeduid als worsted of aran, of Bulky (5).
  • Wol, een wolmengsel of acryl.
  • Glad en getwijnd.
  • Een lichte, effen kleur.
  • Genoeg bollen uit één verfbad voor het hele project.

Wat je hierna leert

Heb je je garen gekozen, zoek er dan de juiste naalden bij met onze tabel met breinaaldmaten, en kies daarna een van onze makkelijke eerste projecten. Ben je net begonnen, kijk dan bij Begin hier, of blader door de bibliotheek voor onze boeken en cursussen.

Veelgestelde vragen

Welke garendikte is het best voor beginners?

Gemiddelde dikte: Craft Yarn Council-categorie 4, waaronder worsted en aran vallen. Bulky (categorie 5) werkt ook goed. Beide zijn dik genoeg om je steken duidelijk te laten zien, zonder dat je heel dikke naalden nodig hebt.

Is acryl of wol beter voor beginners?

Allebei zijn het goede keuzes. Wol is elastischer en vergeeft een ongelijke spanning beter, terwijl acryl betaalbaar en makkelijk te wassen is. Een mengsel van wol en acryl combineert veel van de voordelen van beide.

Is katoengaren geschikt voor beginners?

Katoen is niet het makkelijkste eerste garen. Het rekt weinig, waardoor een ongelijke spanning opvalt, en het kan hard aanvoelen aan je handen. Voor vaatdoekjes is het ideaal zodra je je wat zekerder voelt.

Wat betekent verfbad op een banderol?

Het verfbad is een nummer voor garen dat in dezelfde partij is geverfd. Verschillende verfbaden van dezelfde kleur kunnen iets van elkaar verschillen, dus koop genoeg garen uit één verfbad om je hele project af te maken.

Welk garen kun je als beginner beter niet kiezen?

Laat pluizige, gestructureerde garens en effectgarens zoals mohair, bouclé en eyelashgaren liggen, net als heel donkere kleuren, heel dun garen en glibberige of weinig elastische vezels. Ze verbergen je steken en maken fouten moeilijk te herstellen.

Verder leren