Afkanten: zo werk je je breiwerk netjes af
Door het team van Knitting Mastery7 min. leestijd

In het kort
Om af te kanten brei je twee steken en haal je met de linkernaald de eerste steek over de tweede heen en van de rechternaald af. Brei nog een steek en haal opnieuw over, tot er nog één steek over is. Knip het garen af met een draadeinde van ongeveer 15 cm en haal het door die laatste lus. Werk losjes, zodat de rand rekbaar blijft.
Afkanten (in Engelstalige patronen bind off of, in Britse patronen, cast off) is de manier waarop je je breiwerk afwerkt. Terwijl je elke steek van de naald haalt, verbind je hem met de volgende, zodat het werk niet kan uitrafelen, en er blijft een nette ketting langs de bovenrand over. Je kant af aan het eind van bijna elk plat werkstuk, en patronen gebruiken afkanten ook halverwege een werkstuk om vorm te geven, bijvoorbeeld bij een armsgat of een knoopsgat.
Deze tutorial leert de gewone afkantmethode, die precies hetzelfde werkt of je nu Engels of continentaal breit.
Wat heb je nodig?
- Je breiwerk, met alle steken op de linkernaald en de werkdraad (de draad die aan de bol vastzit) klaar aan het begin van een rij.
- Een rechternaald: de naald waarmee je hebt gebreid, of een die één of twee maten dikker is (zie verderop).
- Een schaar en een wolnaald, een grote, stompe naald om de draadjes af te hechten.
Zo kant je recht af, stap voor stap
- Brei de eerste steek recht.
- Brei de tweede steek recht. Je hebt nu twee steken op de rechternaald.
- Steek de punt van de linkernaald van links naar rechts in de voorkant van de eerste steek die je hebt gebreid (de steek die het verst van de punt van de rechternaald zit).
- Haal die steek over de tweede steek heen en van de punt van de rechternaald af. Er is één steek afgekant, en er staat nog één steek op de rechternaald.
- Brei de volgende steek van de linkernaald recht. Er staan weer twee steken op de rechternaald.
- Herhaal stap 3 tot en met 5 tot de linkernaald leeg is en er nog één steek op de rechternaald staat.
Heb je het ritme eenmaal te pakken, dan wordt het: een steek breien, overhalen; een steek breien, overhalen.
Zo zet je de laatste steek vast
Tot slot zet je de laatste lus vast, zodat de rand niet meer kan losgaan.
- Knip, met nog één steek op de rechternaald, de werkdraad af en laat een draadeinde van ongeveer 15 cm hangen.
- Trek de laatste lus voorzichtig omhoog om hem groter te maken, en schuif de naald eruit.
- Haal het uiteinde van het draadeinde door de lus.
- Trek het draadeinde stevig aan om de lus te sluiten.
Je rand zit nu vast. Laat het draadeinde voorlopig hangen; je hecht het af zodra je tevreden bent over de rand.
Zo kant je averecht af en in patroon
In patroon afkanten betekent dat je elke steek breit zoals hij zich voordoet, zodat de rand past bij het breisel eronder. De overhaalbeweging verandert nooit; alleen de steek die je vóór elke keer overhalen breit, verandert.
Averecht afkanten
- Brei met de draad vóór het werk de eerste twee steken averecht.
- Steek de punt van de linkernaald van links naar rechts in de voorkant van de eerste steek op de rechternaald (de steek die het verst van de punt zit).
- Haal hem over de tweede steek heen en van de naald af.
- Brei de volgende steek averecht.
- Herhaal stap 2 tot en met 4 tot het eind van de rij, en zet daarna de laatste steek vast zoals hierboven.
Afkanten in boordsteek
- Brei de eerste twee steken zoals ze zich voordoen: een steek met een V brei je recht, een steek met een bobbeltje averecht.
- Haal de eerste steek over de tweede heen en van de rechternaald af.
- Breng de draad tussen de naaldpunten door in de juiste positie voor de volgende steek: naar achteren voor een rechte steek, naar voren voor een averechte steek.
- Brei de volgende steek zoals hij zich voordoet.
- Herhaal stap 2 tot en met 4 tot het eind van de rij, en zet daarna de laatste steek vast.
Afkanten in boordsteek houdt de rand rekbaar en laat de rechte en averechte kolommen er mooi in doorlopen. Dat is belangrijk bij manchetten, halsranden en andere randen die moeten kunnen rekken.
Welke afkantmethode kies je?
| Je breisel | Zo kant je af |
|---|---|
| Ribbelsteek | Recht |
| Tricotsteek, rechte kant naar je toe | Recht |
| Tricotsteek, averechte kant naar je toe | Averecht |
| Boordsteek 1×1 of 2×2 | In boordsteek: de rechte steken recht, de averechte steken averecht |
Noemt je patroon een bepaalde afkantmethode, volg die dan.
Zo houd je je afkantrand soepel
Een afkantrand geeft minder mee dan het breiwerk eronder. Is hij strak, dan trekt hij de rand naar binnen, gaat hij rimpelen en kan hij verhinderen dat een manchet of halsrand ver genoeg rekt om prettig aan te trekken. Vier gewoonten houden de rand ontspannen:
- Gebruik een dikkere naald. Kant af met een rechternaald die één of twee maten dikker is dan de naald waarmee je hebt gebreid: bijvoorbeeld 5,5 of 6 mm als je met 5 mm hebt gebreid. Alleen de rechternaald hoeft te veranderen.
- Trek niet na elke steek. Laat elke nieuwe steek zijn natuurlijke grootte houden voordat je de vorige eroverheen haalt.
- Vorm de steken op het dikke deel. Brei elke steek op het volle, dikke deel van de naald, niet op de dunne punt.
- Controleer onderweg. Rek na een klein stukje de afgekante rand voorzichtig uit. Hij moet ongeveer even ver rekken als het breisel er net onder.
Zo hecht je de draadjes af
Elk werkstuk heeft minstens twee draadeinden: dat van de opzet en dat van het afkanten. Door ze af te hechten, werk je ze onzichtbaar weg en voorkom je dat ze losraken.
- Rijg het draadeinde in de wolnaald.
- Draai je werk zo dat de verkeerde kant naar je toe wijst.
- Haal de naald onder de bobbeltjes van een aantal steken door, langs de rand of een rij steken, over ongeveer 5 cm.
- Keer om en haal de naald een kort stukje terug in de andere richting, zodat het draadeinde vast komt te zitten.
- Rek het breisel voorzichtig uit, zodat het afgehechte draadje plat ligt.
- Knip het draadeinde dicht bij het breisel af, en let goed op dat je niet in het breiwerk zelf knipt.
Bij ribbelsteek, dat aan beide kanten hetzelfde is, kies je de kant die het minst zal opvallen.
Veelgemaakte fouten bij het afkanten en hoe je ze herstelt
De rand is te strak
Zo herken je het: de afgekante rand is smaller dan het breisel eronder, hij rimpelt, of hij rekt nauwelijks.
Zo los je het op: heb je het draadeinde nog niet afgehecht, maak het afkanten dan ongedaan. Trek het draadeinde terug uit de laatste lus, zet die lus op een naald en trek voorzichtig aan het garen; zet elke steek die vrijkomt weer op de naald. Kant daarna opnieuw af met een naald die één of twee maten dikker is.
Het verkeerde aantal steken afkanten
Patronen vragen je vaak om aan het begin van een rij een bepaald aantal steken af te kanten en dan verder te breien, bijvoorbeeld: "kant 6 steken af, brei recht tot het eind". Tel de steken terwijl je ze overhaalt, niet terwijl je ze breit. Na de zesde keer overhalen staat er nog één steek op de rechternaald. Die steek is niet afgekant: het is de eerste steek van de rest van de rij, dus brei daarna alleen de steken die nog op de linkernaald staan.
Het puntje bij de laatste steek
De laatste afgekante steek steekt vaak als een klein, los puntje uit op de hoek; in het Engels heet dat soms een ear (oortje). Het ontstaat doordat je de laatste lus groter maakt om hem vast te zetten, en er geen steek overheen wordt gehaald die hem op zijn plek houdt. Twee eenvoudige manieren om het netjes te krijgen:
- Brei de laatste twee steken samen. Staan er nog twee steken op de linkernaald, steek de rechternaald dan in allebei tegelijk, van links naar rechts zoals bij een rechte steek, en brei ze als één steek. Haal de vorige steek er zoals gewoonlijk overheen en zet daarna de laatste steek vast. Met één lus minder op de hoek ligt de rand vlakker.
- Werk het weg met het draadeinde. Rijg na het vastzetten het draadeinde in de wolnaald, steek de naald net onder de hoek door de zijrand naar beneden en trek voorzichtig tot het puntje mooi in lijn met de rand komt te liggen. Hecht het draadeinde daarna af zoals gewoonlijk.
Wat je hierna leert
Nu je een werkstuk kunt afwerken, ben je klaar voor een echt eerste project: in makkelijke breiprojecten voor beginners vind je ideeën in een logische volgorde. Wil je geschreven instructies met vertrouwen volgen, lees dan onze uitleg over een breipatroon lezen. Voor complete cursussen, stap voor stap, kun je terecht in de bibliotheek.
Veelgestelde vragen
Is afkanten hetzelfde als bind off of cast off?
Ja. 'Bind off' is de gebruikelijke term in Amerikaanse patronen en 'cast off' in Britse; in het Nederlands heet het afkanten. Alle drie betekenen dat je de open steken afwerkt, zodat ze niet kunnen uitrafelen. Engelse patronen korten het vaak af als BO.
Waarom is mijn afkantrand te strak?
Een afkantrand geeft minder mee dan het breiwerk eronder, en als je na elke steek stevig aan de draad trekt, wordt hij nog strakker. Kant af met een rechternaald die één of twee maten dikker is dan de naald waarmee je hebt gebreid, en houd elke steek ontspannen.
Moet ik recht of averecht afkanten?
Kant af in patroon en brei elke steek zoals hij zich voordoet. Bij ribbelsteek of aan de rechte kant van tricotsteek kant je recht af, aan de averechte kant averecht; bij boordsteek brei je tijdens het afkanten de rechte steken recht en de averechte steken averecht.
Hoe werk je de laatste steek af bij het afkanten?
Staat er nog één steek op de rechternaald, knip het garen dan af met een draadeinde van ongeveer 15 cm. Trek de lus iets groter, haal het draadeinde erdoor en trek het stevig aan om de lus te sluiten.
Kun je afkanten ongedaan maken?
Ja, zolang je het draadeinde nog niet hebt afgehecht. Trek het draadeinde terug uit de laatste lus, zet die lus op een naald en trek voorzichtig aan het garen: de afkantrand gaat steek voor steek los, en je zet elke vrijgekomen steek weer op de naald.
Verder leren
Basis voor beginners
Recht breien: de rechte steek, stap voor stap
Recht breien, stap voor stap op de Engelse manier: insteken, omslaan, doorhalen, laten afglijden. Daarna je werk keren, je steken lezen en fouten herstellen.
Basis voor beginners
Averecht breien: de averechte steek voor beginners
Averecht breien op de Engelse manier: draad voor, insteken, omslaan, doorduwen, laten afglijden. Combineer daarna recht en averecht tot tricot- en boordsteek.
Patronen en projecten
Makkelijke eerste breiprojecten die echte vaardigheden opbouwen
Makkelijke breiprojecten voor beginners, in de juiste volgorde: van vaatdoekje en sjaal tot muts, dekenlapjes en polswarmers, met wat elk project je leert.


