Naar de inhoud
Knitting Mastery
Basis voor beginners

Steken opzetten: de kruisopzet, stap voor stap

Door het team van Knitting Mastery8 min. leestijd

Bollen crèmekleurig garen en breinaalden op een gebreide plaid

In het kort

Bij de kruisopzet maak je met twee draden een nette, licht rekbare eerste rij. Meet een staart af van ongeveer 2,5 cm per steek, plus wat extra om af te hechten. Maak een schuifknoop op de naald, houd de staart over je linkerduim en de werkdraad over je wijsvinger, en schep voor elke nieuwe steek een lus van elke draad op.

Bij het opzetten zet je de eerste rij lussen op je naald; elke rij die je breit, groeit daaruit. De kruisopzet (in het Engels long-tail cast-on) is een veelzijdige methode die bij de meeste projecten past: stevig genoeg om zijn vorm te houden, rekbaar genoeg voor de meeste randen en mooi om te zien. Je houdt de draden op dezelfde manier vast, of je nu Engels of continentaal breit.

De eerste keer kan het ingewikkeld lijken, omdat je beide handen tegelijk gebruikt. In werkelijkheid is het één beweging die je steeds herhaalt. Volg de stappen rustig, en na een paar keer beginnen je handen de volgorde te onthouden.

Wat heb je nodig?

  • Eén breinaald. Je zet de steken op één enkele naald op; de tweede wacht tot je gaat breien.
  • Je garen. Met glad, lichtgekleurd garen van gemiddelde dikte leer je het makkelijkst.
  • Een schaar.

Twee woorden komen in elke stap terug:

  • De staart: het losse uiteinde van het garen, dat je afmeet voordat je begint.
  • De werkdraad: de draad die van de bol komt.

Hoe lang moet de staart zijn?

De staart wordt tijdens het opzetten opgebruikt, dus hij moet lang genoeg zijn voor elke steek, met een stukje over om aan het eind af te hechten. Er zijn twee betrouwbare manieren om hem af te meten.

De wikkelmethode

  1. Houd het uiteinde van het garen met je duim tegen de naald.
  2. Wikkel het garen losjes om de naald, één keer voor elke steek die je nodig hebt.
  3. Neem na de laatste wikkeling nog ongeveer 15 cm extra, om later af te hechten.
  4. Knijp het garen op dat punt tussen je vingers en wikkel het weer af.

Op het punt dat je vasthoudt, maak je je schuifknoop. Elke wikkeling gebruikt ongeveer evenveel garen als één opgezette steek op die naald; daarom is deze methode zo betrouwbaar. Houd de wikkelingen los maar niet slap, net als de steken zelf.

De vuistregel

Reken bij garen van gemiddelde dikte op ongeveer 2,5 cm staart per steek, plus zo'n 15 cm extra. Voor twintig steken heb je dus een staart van ongeveer 65 cm nodig. Dikker garen en dikkere naalden gebruiken meer garen per steek; dunner garen gebruikt minder.

Als je veel steken nodig hebt

Voor een lange opzetrij meet je met een proef. Zet 10 steken op, haal ze weer uit en meet hoeveel staart ze hebben gebruikt. Vermenigvuldig die lengte met het aantal tientallen dat je nodig hebt, en tel je extra lengte voor het afhechten erbij op.

Zo maak je een schuifknoop

De schuifknoop is een verstelbare lus die het garen aan de naald vastzet. Bij de kruisopzet telt hij als je eerste steek.

  1. Leg op het afgemeten punt de werkdraad over de staart, zodat er een lus ontstaat.
  2. Grijp door de lus heen en trek een klein bochtje van de werkdraad erdoor, zodat er een nieuwe lus ontstaat.
  3. Schuif deze nieuwe lus op je naald.
  4. Trek voorzichtig aan beide draden om de knoop om de naald aan te trekken.

De schuifknoop moet goed om de naald zitten, maar er nog wel overheen kunnen schuiven. Knelt hij de naald af, maak hem dan iets losser voordat je verdergaat.

Zo houd je het garen in de katapulthouding

  1. Houd de naald met de schuifknoop in je rechterhand, en leg je rechterwijsvinger op de knoop, zodat hij niet om de naald draait.
  2. Laat beide draden van de naald naar beneden hangen, met de staart naar je toe en de werkdraad van je af.
  3. Schuif je linkerduim en linkerwijsvinger van onderaf tussen de twee draden, zodat de staart over je duim ligt en de werkdraad over je wijsvinger.
  4. Sluit je andere drie vingers om beide draden en houd ze losjes tegen je handpalm.
  5. Draai je linkerhandpalm naar boven en spreid duim en wijsvinger, als een katapult.
  6. Laat de naald iets zakken, zodat het garen een V vormt van de naald naar je duim en vinger.

Je hebt nu een lus garen om je duim en een draad die van je wijsvinger naar de naald loopt. Houd deze positie de hele opzet vast.

Zo maak je elke opgezette steek

  1. Breng de naaldpunt omhoog door de lus om je duim, onder de draad door die het dichtst bij je is.
  2. Zwaai de punt over de draad die van je wijsvinger naar de naald loopt, en pak die draad op.
  3. Breng de punt weer omlaag door de duimlus en neem de opgepakte draad mee.
  4. Laat de lus van je duim glijden.
  5. Breng je duim weer onder de staart en spreid duim en vinger voorzichtig, zodat de nieuwe steek mooi om de naald komt te zitten.

Dat is één steek. Herhaal stap 1 tot en met 5 voor elke nieuwe steek en keer elke keer terug naar de katapultvorm. Een kort ezelsbruggetje voor de beweging: omhoog door de duim, over de vinger, terug omlaag door de duim.

Hoe strak moeten opgezette steken zitten?

Elke nieuwe steek moet goed om de naald zitten, zonder hem af te knellen:

  • De steken schuiven makkelijk over de naald.
  • Ze zitten naast elkaar, tegen elkaar aan maar niet op elkaar gepropt.
  • Je trekt elke steek aan door duim en vinger te spreiden, niet door aan de staart te rukken.

Krijg je de steken moeilijk over de naald geschoven, dan zitten ze te strak. Hangen ze als losse lussen, trek dan elke steek tijdens het opzetten iets strakker aan. Het belangrijkste is dat ze allemaal ongeveer even groot zijn.

Zo tel je je opgezette steken

  1. Houd de naald zo dat de steken naar je toe wijzen.
  2. Tel de lussen die boven op de naald zitten, de schuifknoop meegerekend. Het richeltje garen langs de onderkant is de basis van de steken, geen extra steken.
  3. Tel in groepjes van tien en raak elke lus aan met een vingertop.
  4. Bij een lange opzet schuif je na elke 20 steken alvast een steekmarkeerder op de naald, zodat je nooit meer dan één groep opnieuw hoeft te tellen.
  5. Tel nog een tweede keer voordat je begint te breien.

Klopt het aantal, neem de naald dan in je linkerhand, pak de lege naald in je rechterhand en begin de eerste rij met de werkdraad. Onze tutorial over de rechte steek gaat precies vanaf dit punt verder.

Veelgemaakte fouten bij de kruisopzet en hoe je ze herstelt

De staart was op voordat je klaar was

Zonder genoeg staart kun je de opzet niet afmaken. Schuif de steken van de naald, haal ze uit en begin opnieuw met een langere staart. Tel voordat je uithaalt hoeveel steken je met de staart hebt gemaakt: dan weet je hoeveel garen elke steek met jouw garen en naald gebruikt, zodat je de volgende keer precies kunt afmeten.

De rand is te strak

Zo herken je het: de eerste rij breit zwaar, de rand is smaller dan het breiwerk erboven, of hij trekt samen en wil niet rekken.

Zo los je het op:

  • Zet op over twee naalden tegelijk, naast elkaar, en trek er voorzichtig één uit voordat je de eerste rij breit.
  • Of zet op met een naald die één of twee maten dikker is dan je projectnaald, en brei de eerste rij daarna met je gewone naald.
  • Laat tijdens het opzetten elke steek zijn natuurlijke grootte houden, in plaats van de steken strak tegen elkaar aan te duwen op de naald.

De draden zijn verwisseld

De staart hoort over je duim en de werkdraad over je wijsvinger. Leg je het werk neer en pak je het weer op, dan verwissel je ze gemakkelijk zonder het te merken. De steken vormen zich nog steeds, maar de rand vertoont een kleine onregelmatigheid op de plek waar de draden van plaats wisselden. Controleer dit voordat je verdergaat. Zie je een verandering in de rand, haal dan tot dat punt uit en ga verder met de draden op hun juiste plek.

De steken zijn ongelijk

Zijn sommige steken los en andere strak, dan trek je ze waarschijnlijk niet allemaal op dezelfde manier aan. Probeer na elke steek dezelfde kleine spreidbeweging met duim en vinger te maken. Kleine verschillen vallen minder op dan het lijkt zolang de steken nog op de naald zitten.

Wanneer een andere opzetmethode beter is

De kruisopzet past bij de meeste eerste projecten, maar hij is niet de enige, en soms vraagt de situatie om iets anders:

  • Voor heel rekbare randen, zoals de boord van een sok die je van boven naar beneden breit of een halsrand die over je hoofd moet, kiezen breiers vaak een rekbaardere variant, zoals de gedraaide kruisopzet (German twisted cast-on), of een tubulaire opzet voor boordsteek.
  • Om halverwege een werkstuk steken bij te zetten, bijvoorbeeld boven een knoopsgat, heb je een opzetmethode nodig die alleen met de werkdraad werkt, zonder staart, zoals de cable cast-on of het opzetten met eenvoudige lusjes om je duim (backward-loop cast-on).
  • Noemt een patroon een bepaalde opzetmethode, volg die dan: de ontwerper heeft hem voor die rand gekozen.

Wat je hierna leert

Staan je steken op de naald, dan is de volgende stap de rechte steek. De hele weg van eerste steek tot afgewerkt stuk vind je in leren breien voor beginners, en ben je aan het eind van je eerste werkstuk, leer dan hoe je afkant.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet de staart zijn bij de kruisopzet?

Reken bij garen van gemiddelde dikte op ongeveer 2,5 cm per steek, plus zo'n 15 cm om later af te hechten. Wil je het preciezer, wikkel het garen dan losjes om je naald, één keer voor elke steek die je nodig hebt, en tel daar het extra stuk bij op.

Telt de schuifknoop mee als steek bij de kruisopzet?

Ja. De schuifknoop is je eerste steek. Vraagt een patroon om 20 steken op te zetten, maak dan de schuifknoop en zet daarna nog 19 steken op.

Waarom is mijn opzetrand zo strak?

Meestal omdat je de draden na elke steek te stevig aantrekt, of omdat de steken te dicht op elkaar zitten. Zet op over twee naalden tegelijk, of met een naald die één of twee maten dikker is, en brei de eerste rij daarna met je gewone naald.

Wat doe ik als mijn staart opraakt tijdens het opzetten?

Haal de steken van de naald en begin opnieuw met een langere staart. Tel voordat je uithaalt hoeveel steken je met de staart hebt gemaakt: dan weet je hoeveel garen elke steek gebruikt, zodat je de tweede keer precies kunt afmeten.

Verder leren